Ons bestuurslid Matthijs Visser

Niet de grond, de pachters of het aantal deelnemers is de bottleneck voor groei van Land van Ons, de bottleneck is kapitaal.

Dit is het vijfde deel in een reeks van interviews met onze nieuwe bestuursleden

Hoe kwam je met Land van Ons in contact?

Vrij in het begin las ik een interview met Franke Remerie in de NRC en toen dacht ik ‘Ja, dit is het!’ Ik heb toen zelf contact met hem gezocht en gezegd dat zijn idee me erg aansprak. Omdat ik toen een extreem drukke baan had, heb ik gezegd ‘Nu kan ik niet zoveel doen, maar ik heb wel een beetje geld. Kan ik je daar mee helpen?’ Zo werd ik een van de eerste wat grotere kapitaalverschaffers geloof ik.
Dat hele idee van het zelf gaan doen, daarmee was ik zelf al begonnen. Ik heb een vakantiehuisje in Sneek en daar is een mooi soort poldertje, althans geen officiële polder, maar er loopt wel een dijk omheen. Het is vlak bij het Sneekermeer. Het leek me leuk om daar wat grond te hebben. Op het internet zag ik precies daar grond te koop die me ook als langetermijnbelegging wel interessant leek. Plus dat ik dacht er wel wat mee te kunnen doen. Van het één kwam het ander en nu wordt dat gepacht door een ‘biologische’ boerin die zelf zuivelproducten maakt. Ik heb een ecoloog ingeschakeld om te kijken wat we kunnen verbeteren aan dit stuk grond. Het is gewoon hartstikke leuk en bevredigend om te zien hoe dat in de loop van de tijd steeds beter wordt. Ik heb daar later nog wat stukjes bijgekocht. In totaal is het iets meer dan 20 hectare.

Dat vertegenwoordigt een heel bedrag. Mag ik vragen hoe je daaraan kwam?

Ik ben econoom van opleiding en ben ooit begonnen als stagiair bij het Ministerie van Economische Zaken en ben toen meegegaan naar wat nu de Autoriteit Consument en Markt heet. Na een aantal jaren daar en bij de Europese Commissie gewerkt te hebben, ben ik de consultancy ingegaan. Ik werkte voor een consultancy kantoor en was gespecialiseerd in competition economics, de economie van de concurrentie. Daar was ik één van de partners en deelde ik in de winst. Dat ging gewoon heel goed.

Je vertelde dat je twee jaar geleden, toen je 49 was, bent opgehouden met werken. Doe je nu fulltime dit soort dingen?

Land van Ons is nu mijn belangrijkste activiteit, in ieder geval qua tijdsbesteding. Sinds december zit ik ook in het bestuur van de Aruba Fair Trade Authority, de ACM van Aruba. Dat is nieuw en hartstikke leuk; daar kan ik nog iets van mijn oude vakgebied in kwijt. Daarnaast ben ik nog een beetje als impact-belegger actief. Dat is eigenlijk proberen beleggingen te vinden die tegelijk rendement hebben en ook maatschappelijke veranderingen stimuleren die nodig zijn.

Verder doe ik ook veel dingen voor de lol. Ik heb een DJ-cursus gevolgd en ik houd van koken en help nu één keer per week in de keuken bij een restaurant hier in de buurt, in Voorburg waar ik woon.

Dat je aan Land van Ons het meeste tijd besteedt is dat omdat je extra bij de biodiversiteit en de natuur betrokken bent?

Jazeker. Aan de ene kant is het fascinerend om te zien hoe efficiënt alles gaat In de landbouw, maar aan de andere kant is de intensieve veehouderij een brandhaard voor virussen, wat gewoon heel gevaarlijk is voor mensen, nog los van het dierenleed dat ernstig genoeg is. Of neem het gebruik van monoculturen, waardoor je voedselproductie heel kwetsbaar wordt. Er zijn al langer verhalen over bijvoorbeeld de bananenteelt, waar we wereldwijd afhankelijk zijn van één ras dat nu wordt bedreigd door een schimmelziekte. Als we niet opletten hebben we dadelijk geen bananen meer. Dit is maar één voorbeeld, maar het is een reëel risico dat ons hele voedselsysteem in elkaar stort door de manier waarop we bezig zijn. Ik las onlangs ergens de quote ‘De mens voert oorlog tegen de natuur. Als hij wint, is hij verloren.’ (Hubert Reeves, red.)

Het hele systeem van consumeren en zoveel mogelijk winst maken op de korte termijn is gevaarlijk. Als econoom heb je geleerd te denken aan externe effecten, dus effecten die niet worden meegenomen in economische beslissingen. Het wordt hoog tijd dat dat wel gebeurt. Kijk, mensen reageren op prikkels, maar als die prikkels verkeerd gericht zijn, dan gaan mensen de verkeerde dingen doen.

Tot je portefeuille als bestuurslid behoort dat je vermogende mensen voor Land van Ons wilt interesseren. Die mensen snap je want je bent er zelf één van.

Toen Franke uitviel, tijdelijk toen nog, heb ik dat stukje van zijn portefeuille al overgenomen. Dus voordat ik het bestuur in ging. Officieel heet het ‘zakelijk beheer’. Maar ja, het helpt inderdaad als je de belevingswereld van mensen die meer geld inleggen een beetje snapt.

Dan denk ik dat bijvoorbeeld mensen van Extinction Rebellion heel ver van je af staan.

Nou niet héél ver. Ik ben – zeg ik wel eens – in de ‘linkse kerk’ opgevoed. Ik kom uit een links nest. Ik heb bijvoorbeeld als zes- of zevenjarig jongetje meegelopen in een demonstratie tegen Bestek ‘81, het sociaaleconomisch beleid van Van Agt-Wiegel, en later in 1981 en 1983 in de demonstraties in Amsterdam en Den Haag tegen kruisraketten. Dus die maatschappelijke betrokkenheid heb ik van huis uit wel een beetje meegekregen.

Om terug te komen op mijn portefeuille, daar zitten ook dingen in als contracten met onze pachters. Dat doen we trouwens met een heel goed Team Zakelijk Beheer. Ondanks al het idealisme, moeten er wel gewoon goede afspraken worden gemaakt die ook een beetje zakelijk zijn. Want we werken niet met boeren in loondienst, maar met boeren die zelf ondernemer zijn en het zelf moeten zien te rooien. Die afspraken zijn bij Land van Ons best complex, omdat er zoveel verschillende soorten percelen zijn in zakelijk opzicht, maar dat is ook juist leuk.

‘Zakelijke dingen’ die op ons afkomen en die niet direct op het bordje van de penningmeester passen, komen vaak bij mij terecht. Nu speelt het onderwerp van bedrijven die interesse hebben om dingen samen te doen met, en kapitaal in te leggen bij Land van Ons.

Dat is belangrijk omdat dat voor particulieren in de afgelopen jaren minder aantrekkelijk is geworden. Toen Land van Ons begon was de spaarrente negatief en was de Box 3-heffing nog niet wat hij nu is. Nu kost het particulieren gewoon geld als ze kapitaal willen inleggen. Ze missen spaarrente en ze moeten de heffing in box 3 betalen die gebaseerd is op een fictief rendement wat je niet haalt bij Land van Ons. Daar proberen we ook wat aan te doen, maar dat is wel hoe het nu is.

Moeten we ons dan niet meer op het bedrijfsleven gaan richten?

Dat is nu juist het mooie: wij merken dat er bedrijven zijn die écht over duurzaamheid denken en dat proberen te integreren in hun bedrijfsvoering. Die komen tot het inzicht dat zelfs als ze als bedrijf alles goed proberen te doen ze nog steeds een footprint achter laten.

Stel je bent een bouwbedrijf en je bouwt circulair en je gebruikt elektrische machines en apparaten en je doet alles zo goed mogelijk. Dan zit je aan het eind van de dag toch met een gebouw dat daar eerst niet stond en dat ruimte en grond in beslag neemt. Daar kan je als bouwbedrijf niet zoveel aan doen, want je bent op aarde om die dingen neer te zetten. Maar je merkt dat er dus bedrijven zijn die zich afvragen of ze daar op een of andere manier nog iets tegenover kunnen stellen. Sommige komen daarmee bij ons.

Natuurlijk willen we daar heel zorgvuldig mee omgaan, we willen niet meedoen aan greenwashing. Maar als dat soort bedrijven kapitaal zou willen inleggen bij Land van Ons, en dan het liefst voor altijd, dus dat ze het nooit terug gaan vragen, dan zou dat een belangrijke nieuwe bron van kapitaal kunnen worden.

Helemaal in het begin heb ik een keer aan Franke gevaagd ‘Wat is nou de belangrijkste bottleneck voor groei van Land van Ons?’ Het antwoord is niet de beschikbare grond, want er is altijd land te koop. Ook niet de boeren, want we hebben genoeg boeren die met ons samen willen werken. En het is ook niet het aantal leden, want we hebben mooie boodschappen die mensen aanspreken. De bottleneck is kapitaal.

Daarom moet je kijken welke nieuwe potentiële bronnen er zijn. Bij die bedrijven ligt letterlijk en figuurlijk nog een gat in de markt. Ik weet niet hoe succesvol dat gaat worden, maar ik zou blij zijn als ik erin slaag om in mijn periode in het bestuur daar een flinke sprong mee te maken.

Dat is één van mijn ambities. De andere is of je – oneerbiedig gezegd – meer kan doen op de ‘geefmarkt’, dus of je als Land van Ons meer voor elkaar kan krijgen op het terrein van donaties. Begrijp me niet verkeerd, we hebben ook nog steeds al het kapitaal van de leden hartstikke hard nodig, maar de missie van Land van Ons is belangrijk, en de verdere groei van Land van Ons dus ook.

Nog iets wat je graag kwijt wil?

Misschien nog wat persoonlijke achtergrond: ik woon in Voorburg met mijn vrouw Karin, die als jurist bij Binnenlandse Zaken werkt en we hebben twee fantastische dochters, Cato en Guusje. Cato studeert economie in Utrecht en Guusje zit nu in de vijfde van het VWO.
En tot slot, wat al vaker is gezegd maar ik ook echt belangrijk vind: Land van Ons is echt een bijzondere club, die draait op capabele vrijwilligers met een hartstikke leuk bestuur. We raken steeds beter op elkaar ingespeeld en het is ook leuk dat we om de keer bij een ander perceel vergaderen. Dat is zes keer per jaar. Zo zien we ook alle percelen en ontmoeten we onze pachters en perceelteams. Ik hoop dat de toename van het aantal percelen ons altijd voor zal blijven!

Tekst: Flip Schrameijer

Deel de post:
Facebook
LinkedIn
X
Pinterest
WhatsApp
Threads

Gerelateerde berichten