Is er toekomst voor de veldleeuwerik?

Wat zou ik hier graag een ode schrijven aan de veldleeuwerik. Hoe het mannetje, kuifje rechtop, op een boomstronk waakzaam om zich heen kijkt om ineens het luchtruim te kiezen. Hoe hij daarboven aan het jubelen slaat. Trillers, rollers, melodietjes, een cliffhanger – en dan dwarrelt hij jodelend naar beneden, in de hoop dat zijn muzikale capriolen niet onopgemerkt zijn gebleven door de vrouwtjes. Het is een van de mooiste ervaringen die je op het boerenland kunt hebben.

Een ode aan een dier dat in Nederland op uitsterven na dood is … nee, te droevig. Dit artikel over biodiversiteit van dieren op boerenland begint gewoon met bikkelharde cijfers. Vervolgens gaan we op zoek naar manieren om het tij te keren.

Veldleeuwerik.

Vijftig jaar geleden waren veldleeuweriken hier net zo’n gewone verschijning als duiven op de Dam. Op weiden, akkerland, heidevelden en in duinen waren ze niet te missen. Sindsdien is hun aantal met meer dan 90% afgenomen. Dat komt onder andere door verruiging van de duinen, maar grotendeels door een landbouwpraktijk die niet langer voorziet in hun broed- en voedselbehoeften. Zoals een laat gemaaid luzerneveldje om in te nestelen, en voor hun voedsel kruidenrijke weiden, akkers met zaden, graanstoppels en overblijfselen van bieten en aardappels. Daarmee krijg je tevreden veldleeuweriken.

Kwakkelig totaalbeeld

Maar al zouden al onze twaalf provinciën leeuwerikvriendelijk zijn ingericht, dan was dat nog geen oplossing voor het kwakkelige totaalbeeld. Denk aan de afname van andere vogelsoorten van het open boerenland als grutto en patrijs (1). Van graslandvlinders als hooibeestje en icarusblauwtje (2). Van plaagbestrijdende insecten als lieveheersbeestjes; van amfibieën die als hapje voor zoveel andere dieren in de voedselketen onmisbaar zijn. Van het ondergrondse microbenleger dat organische stoffen omzet in voedsel voor planten. Van insecten die gewassen bestuiven. En dan hebben we het alleen nog over dieren!
Hoe gevaarlijk het wegvallen van soorten uit een ecologische gemeenschap is, wordt goed geïllustreerd door een recent onderzoek naar door insecten bestoven planten (3). De onderzoekers zagen dat het aantal daarvan in Nederland opvallend is afgenomen, terwijl het aantal windbestoven planten juist toeneemt. Bij gelijkblijvende leefomstandigheden van beide groepen ligt als oorzaak de afname van bestuivende insecten voor de hand. En die bestuiven dus ook onze voedselgewassen. Zo staan niet alleen biodiversiteit en ecologische stabiliteit op de tocht, maar ook onze eigen voedselzekerheid. In China zijn sommige gewassen al aangewezen op handbestuiving. Door mensen, met kwastjes (4).

Bij op korenbloem.
Bij op korenbloem.

Patroonbeheer

Het is dus zaak om niet te focussen op één soort, maar op het samenspel van planten, dieren, bodem, water en lucht. Dat gebeurt onvoldoende. Natuurbescherming op boerenland, ontstaan in de jaren 70 van de vorige eeuw, richtte zich naar analogie van natuurbescherming in reservaten vooral op patroonbeheer: het behoud van specifieke soorten en karakteristieke natuur- en landschapselementen (5). Die specifieke soorten gedijden juist op boerenland omdat dat beantwoordde aan hun broed- en voedselbehoeften. Niet voor niets hebben we akkerkruiden, weidevogels en korenbloemen.
Bescherming van gruttonesten en pluizige jonge vogels is concreet en appelleert aan ons zorginstinct, wat bijdraagt aan de enorme inzet van boeren en vrijwilligers. Maar niet aan enorme resultaten, zeker niet over de hele linie. Agrarisch natuurbeheer, dat gangbare landbouw combineert met bloeiende akkerranden en andere natuurelementen, zorgt doorgaans ter plekke voor toename van plant- en diersoorten, maar vermag de algemene achteruitgang daarvan op boerenland niet te stoppen.

Robuuste leefgemeenschappen

Jan Hassink, bodemkundige en onderzoeker aan de WUR (6), noemt vijf redenen waarom biodiversiteit op boerenland – op ál het boerenland – belangrijk is. ‘Eén: landbouw legt van alle gebruiksvormen verreweg het grootste beslag op het oppervlak van Nederland (7). Daarom tikt biodiversiteitsverlies hier zo aan, en zet winst op dat vlak zoden aan de dijk. Twee: wat op boerenland gebeurt, beïnvloedt de biodiversiteit in natuurgebieden via bodem, water en lucht. Agrarisch terrein kan bovendien een doorgangsroute zijn tussen natuurgebieden. Drie: de soorten planten en dieren op boerenland verschillen van die in natuurgebieden. Vier: biodiverse leefgemeenschappen zijn robuust en beter bestand tegen klimaatverandering. Vijf: de ervaring dat een verschraald platteland kan veranderen in een veelsoortige leefgemeenschap motiveert mensen zich daarvoor actief in te zetten.’

Bloeiende akkerrand met kaardebollen bij biologisch geteeld.

Nieuw voedselsysteem

Maar hoe kan die logge landbouwtrekker langzaam maar zeker, zetje voor zetje, uit zijn gangbare groef geduwd worden?
Jan Hassink zet in op de regio. ‘Daar gebeurt nu al zoveel! Initiatieven als Land van Ons, Lenteland en Herenboeren bewijzen dat het kan: samenwerkingsvormen van boeren en burgers die de regie nemen, bodem-, water- en luchtkwaliteit verbeteren en een rijkdom aan soorten terugbrengen. Het zijn de kiemen van een nieuw voedselsysteem waarin duurzame, lokale productie gekoppeld is aan gezonde consumptie. Als deze beweging groeit, wordt ook het mondiale gesleep met producten minder, net als de afhankelijkheid van de grote agribusiness-spelers.’ De overheid zou daarvoor meer ondersteuning moeten bieden, vindt hij. ‘Er is alleen een stikstofbeleid, geen voedselbeleid. Men onderkent niet dat stikstof- en voedselproblemen samenhangen en deel uitmaken van een economisch systeem waarin geld, concurrentie en export centraal staan. Andere waarden delven het onderspit.’
Ondanks haar groene ambities (in 2030 moet 15% van het boerenland voor biologische landbouw worden gebruikt) (8), lijken we het van de overheid niet te moeten hebben. Die lobbyde onlangs nog met succes voor het afzwakken van de nieuwe Europese Natuurherstelwet, die eiste dat lidstaten ruimte maken voor natuur op landbouwgrond en bescherming bieden aan bedreigde boerenlanddieren.

Rups van sint-jacobsvlinder op jacobskruiskruid.

Locked in

Nog steeds wordt in Nederland maar 4,5% van alle landbouwgrond biologisch beheerd (9). Hoe zijn boeren ertoe te bewegen van koers te veranderen? Geert de Snoo, hoogleraar Conservation Biology in Leiden, stelt dat natuurbescherming sociale, psychologische, bestuurlijke en economische aspecten heeft en daarom een veelzijdige aanpak nodig heeft. Geld alleen gaat boeren niet overhalen, zegt hij; onderzoek heeft aangetoond dat ze zelf belang moeten gaan hechten aan biodiversiteit op hun land (10).
Dat beaamt bodemkundige Gert-Jan Noij, gepensioneerd onderzoeker bij de WUR, lid van het team Biodiversiteit en Beheer van Land van Ons en vrijwilliger bij Land van Ons-perceel de Biesterhof. ‘De transitie moet over het hele front plaatsvinden. Als melk duurder wordt vanwege extensivering – een natuur- en milieuvraagstuk – moeten de lonen van mensen omhoog; dat is een sociaaleconomisch vraagstuk.’ Maar, zegt hij ook: ‘Zelfs boeren die hun koers willen verleggen zitten vaak door schaalvergroting en de miljoenenleningen die daarmee gepaard gaan, gevangen in een systeem dat hen dwingt het verkeerde te doen: méér schaalvergroting. Ze zijn locked in. Extensiever werken – minder dan tachtig koeien per hectare – is financieel alleen haalbaar met de extra opbrengst van biologische melk, maar de fabrieken hebben daarvoor te weinig capaciteit. Dat is een van de knelpunten.’

Olifantshuid

Nederland kent veel van die knelpunten, zegt hij. ‘Alles werkt hier tegen een transitie! Neem de concurrentie om het beetje grond dat we hebben – een hectare kost een ton. Toch kun je op bescheiden schaal veel doen.’ Net als Jan Hassink ziet hij heil in initiatieven op regionale schaal, niet voor niets is hij vrijwilliger bij de Biesterhof. ‘Het is een “regeneratieve burgerboerderij” (11) met akkerbouw in strokenteelt, een voedselbos en een tuinderij. Vanaf het begin twee jaar geleden is de omgeving erbij betrokken. Korte ketens, directe relaties. Een van de buren is supermarktdirecteur, hij pleit voor hazelnootstruiken in het voedselbos omdat hij de hazelnoten wil verkopen.’
Ook de Biesterhof loopt tegen schaalknelpunten aan. ‘Het is ploeteren en pionieren,’ zegt Gert-Jan Noij, ‘je moet een olifantshuid hebben en niet voor snel succes gaan. Howard Koster, de boer, verbouwt de graansoort sorghum. Als je geen glyfosaat of ploeg wil gebruiken en vrijwilligers niet wil wegjagen door slavenarbeid, moet je een machine hebben die onkruid ondiep afsnijdt. Die is te duur en niet rendabel voor 25 hectare. De naburige loonwerker heeft hem niet, en delen met bioboeren in de nabije omgeving is geen optie: die zijn er te weinig.’ Howard zelf schreef, in een recente column in Ekoland (12), dat hij voor zijn last minute biologische zaaigoed noodgedwongen moest winkelen bij een gangbare agrogigant. ‘Je zou willen dat de overheid die schaalnadelen compenseert,’ zegt Gert-Jan Noij, ‘zoals bij warmtepompen en elektrische auto’s. En dat de regels minder star worden toepast bij duurzaam werkende boeren. Over twintig jaar is de transitie niet voltooid, maar we zijn dan wel verder dan nu. Daaraan wil ik graag mijn steentje bijdragen.’
Het zou mooi zijn: Howard Koster op een bodemvriendelijke onkruidwieder in zijn sorghumveld, omgeven door een wolk opstijgende en dalende leeuweriken.

Meer lezen?

https://www.vogelbescherming.nl/bescherming/wat-wij-doen/onze-boerenlandvogels/factsheets1
https://www.vogelbescherming.nl/bescherming/in-de-buurt/boerenlandvogelboer/?&pag=1
https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2020/06/afname-flora-en-fauna-in-agrarisch-gebied-sinds-1900
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/bescherming-bijen-en-andere-bestuivers
https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/80787ned?q=cultuurgrond

Noten

1. Afname kenmerkende vogelsoorten van het open boerenland: 85% sinds 1900. https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2020/06/afname-flora-en-fauna-in-agrarisch-gebied-sinds-1900.
2. Afname graslandsoorten: in honderd jaar 80%. https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2020/06/afname-flora-en-fauna-in-agrarisch-gebied-sinds-1900.
3. Dutch landscapes have lost insect-pollinated plants over the past 87 years. Leon Marshall, Geert R. de Snoo, Jacobus C. Biesmeijer, Journal of Applied Ecology 8-4-2024.
4. https://www.mo.be/nieuws/bloesem-zonder-bijen-china-bestuiven-handwerk-geworden.
5. Succesvol natuur beschermen, oratie prof.dr. Geert R. de Snoo, hoogleraar Conservation Biology, Leiden 8 februari 2016.
6. Jan Hassink heeft zich onder andere gespecialiseerd in agro-ecologie, biodiversiteit, burgerinitiatieven, nieuwe voedselsystemen en zorglandbouw. Samen met zijn vrouw zette hij ook een succesvolle zorgboerderij op.
7. In totaal 54%, 2,2 miljoen hectare. https://longreads.cbs.nl/nederland-in-cijfers-020/hoe-wordt-de-nederlandse-bodem-gebruikt/
8. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/landbouw-en-tuinbouw/aanpak-groei-van-aandeel-biologische-landbouw.
9. Cijfer van het CBS: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/03/biologische-landbouwareaal-met-bijna-9-procent-toegenomen. Dat het anders kan bewijst Oostenrijk, waar ruim 26 procent van de landbouw biologisch is. Interessant is dat de overheid hierin een cruciale rol speelt met enorme subsidies, en ook supermarkten biologische producten grootschalig hebben omarmd. https://www.volkskrant.nl/kijkverder/v/2021/wat-kan-nederland-leren-van-oostenrijk-de-weltmeister-biologische-landbouw~v448892/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.ecosia.org%2F
10. https://www.universiteitleiden.nl/wetenschapsdossiers/duurzame-toekomst/natuur-in-het-boerenland.
11. Regeneratieve landbouw betekent verloren leven weer terugbrengen in de bodem door geen kunstmest of pesticiden te gebruiken, niet te ploegen of anderszins de bodem te verstoren. https://www.youtube.com/watch?v=nE9OGXFYpS0
12. https://www.ekoland.nl/artikel/995210-oneerlijk/

© Liesbeth Sluiter

Foto veldleeuwerik Wiki Commons, alle andere foto’s Liesbeth Sluiter.

Deel de post:
Facebook
LinkedIn
Twitter
Pinterest
WhatsApp

Gerelateerde berichten