Een kneutje in de avondzon

Gerjan Navis en Peter Sipkes zijn allebei gek op vogels. Peter: ‘Mijn eerste gaai was een ontdekking. Die tropische kleuren, fantastisch! Ik dook in die wereld, had als kind al een langspeelplaat met vogelgeluiden. Je krijgt er langzamerhand meer greep op, dat vind ik mooi.’ Gerjan: ‘Ik ben opgegroeid op het Friese platteland, vogels hoorden erbij, bijna als familie. Het werd steeds leuker om ze te herkennen, zoals later ook andere dieren en planten. Je wereld wordt zoveel rijker.’ Gerjan en Peter maken nu deel uit van het monitoringteam van de Onneresch, het Land-van-Ons-perceel op de grens van Groningen en Drenthe.

Gerjan Navis en Peter Sipkes monitoren biodiversiteit op de Onneresch. Ze doen een rondje vogels

De ruim 25 hectare grote Onneresch wordt gepacht door het biologisch-dynamische veebedrijf van de familie Steenbergen, die het vee weidt in de aangrenzende Onnerpolder. Op de delen van de es die te nat zijn voor akkerbouw staat kruidenrijk gras, dat als aanvulling dient op het veevoer. Op de rest staan in wisselbouw granen, bonen, boekweit, huttentut quinoa en een rustgewas met o.a. luzerne en rode klaver. Zo wordt het bedrijf allengs gemengd, in lijn met de oorsprong van essen – es betekent ‘land waarvan men eet’. Omzoomd door hoge bomen, gesierd door bloemrijke akkerranden en voorzien van het vogelrijke Veentje, wordt het perceel langzaam maar zeker een mozaïeklandschap, een in elkaar overvloeiend ensemble van bosjes, watertjes, kruidenrijk grasland en akkers dat een biodivers luilekkerland kan worden. Om te weten of dat lukt, moet je meten. En dat is wat de ongeveer vijftien vrijwilligers van het monitoringteam doen, al sinds de aankoop van het perceel in 2021.

Het Veentje

We lopen vandaag een onofficieel rondje langs de randen van het perceel, zonder telformulieren, met verrekijkers. ‘Nooit op stap zonder verrekijker!’ zegt Gerjan. De Onneresch ligt op de Hondsrug, een lage, langgerekte landrug tussen Emmen en Groningen waarop al 5000, misschien zelfs 6000 jaar geleden gewoond en geboerd werd. Links en rechts van de rug liggen de beekdalen van de Hunze en de Drentsche Aa, beide gezegend met veel natuurwaarden.
De eerste halte op onze route is meteen de trots van de Onneresch: Het Veentje. Het is een nog gave, niet afgegraven pingoruïne, waarin zich een dikke veenlaag heeft gevormd. Onder het voormalige beheer werd Het Veentje ontwaterd; Land van Ons bouwde in begin 2023 een stuw om het grondwaterpeil te verhogen. Goed voor het vasthouden van CO2 en methaan, goed voor waterberging op de es, goed voor bodemleven, insecten, vogels, kleine zoogdieren en planten.

Eik bij het Veentje op de Onneresch

Eenzame bolderik

‘Het Veentje is een showcase’, vertelt Gerjan. ‘Het hogere water leidde metéén tot druk vogelbezoek. Dodaars, geoorde fuut, kieviten, kemphanen, een ralreiger, een lepelaar, kiekendieven. Perceelcoördinator Jan Wittenberg maakte van een oud verkeersbord een plek voor een scholeksternest, hetzelfde seizoen zat er een gezin met vier jongen. En dit jaar weer! Nu huist er bij de oever een waterhoentje met zes jongen. Met de nijlganzen, Canadese ganzen en de roekenkolonie zijn we iets minder blij. De eersten eten veel gras, de laatsten gewas.’
De bloeiende akkerrand staat er magertjes bij. Een eenzame bolderik, hier en daar een korenbloem, twee zieltogende papavers. ‘Het kweekgras dat hier jarenlang groeide, geeft zich niet zomaar gewonnen’, zegt Gerjan. ‘We moeten gewoon stug blijven zaaien.’
Dat ‘corveegevoel’ wil het Team Biodiversiteit en Beheer graag voorkomen. Leo: “Daarom gaan we op aanvraag percelen langs om uit te leggen waarom het zo belangrijk is dat er gemonitord wordt. Daarmee hopen we het enthousiasme aan te zwengelen. Het bevorderen van biodiversiteit is immers onze core business, dus we willen ook kunnen aantonen dat dat gebeurt. En dan is het niet handig als er van de helft van de percelen geen monitoringsdata bekend zijn. We stimuleren de perceelteams ook om contact te zoeken met lokale afdelingen van KNNV (Natuurvereniging voor veldbiologie), IVN (Natuureducatie), Sovon (Vogelonderzoek), de Vlinderstichting et cetera. Die hebben vaak al veel ervaring met monitoring.”
Wat ook kan motiveren is het benoemen van zogenaamde focussoorten: soorten waarnaar gestreefd wordt op een bepaald perceel. “Daar komt een stukje psychologie bij kijken. Stel, de beheerders van een perceel willen graag dat de patrijs terugkeert en doen daar ook erg hun best voor, dan zullen mensen gericht naar patrijzen gaan zoeken. En dan is het een enorme opsteker als die patrijs ook daadwerkelijk gevonden wordt.”

Rekkelijken en preciezen

Peter tuurt ondertussen door zijn verrekijker naar Het Veentje. ‘Kijk daar’, zegt hij met nauwverholen opwinding, ‘is dat een jonge kievit? Naast die pitrus? Of toch een scholekstertje?’ Ze komen er niet uit. Wat doen ze in geval van twijfel? Peter lacht. ‘Je hebt altijd gelovigen op het grote wiel – mensen die het graag ruim zien – en orthodoxen. Rekkelijken en preciezen. Doordat je met meer mensen telt, krijg je een gemiddelde. Daar rechts, Gerjan, kijk, het waterhoentje met zeven, acht, nee tien jongen!’
De vogeltelling vindt viermaal per seizoen plaats, bij zonsopgang. ‘Dan zingen ze voluit’, zegt Gerjan. ‘Nadeel is dat er dan nog weinig licht is. En de jonkies verstoppen zich bovendien.’ Daarnaast is er één nachtelijke telling en twee later op de ochtend. ‘We tellen overvliegende, foeragerende en broedende vogels. Allemaal volgens protocol.’

Ook met de betrouwbaarheid van de gegevens zit het wel goed, vindt hij. “Als ik naar het Netwerk Ecologische Monitoring kijk: dat zijn vrijwilligers, maar ze monitoren volgens heel strak gestandaardiseerde protocollen, die heel getrouw worden uitgevoerd. Nou, dat is echt topwetenschap. Sommige vrijwilligers weten inmiddels zo veel van hun onderwerp, dat ze er meer verstand van hebben dan een bioloog.”

Loopkevers

Het monitoringteam telt ook vlinders en hommels, akker- en graslandplanten, en wormen en ander bodemleven. De wormentelling van 2022 (in 2023 vond die niet plaats) gaf nogal droevige resultaten, mogelijk te wijten aan het jarenlange gebruik van kunstmest en andere chemicaliën op de es. Een levende bodem terugbrengen vergt een lange adem.
Bodemleven tellen is nog een beetje een ondergeschoven kindje. De website meldt dat het monitoren van onder andere loopkevers als indicator van een gezonde bodem nog in de kinderschoenen staat. ‘Maar er is sinds kort samenwerking met een KNNV-afdeling uit de buurt die specialistische kennis heeft over nachtvlinders en loopkevers’, zegt Gerjan. ‘Ze kwamen op een warme nacht met zo’n wit doek, een aggregaat en een lamp voor de nachtvlinders. Verder werken ze met pitfalls, ingegraven valkuilpotjes voor loopkevers en andere insecten. Het was leuk, ik ga vaker helpen.’

Kleine wespenboktor op infopanel op de Onneresch.

Wuivende antennes

Uit de richting van Het Veentje klinkt een kikkerkoor. Kikkers worden pas gehoord sinds de vernatting van Het Veentje en het omringende weiland. Maar amfibieën zitten nog niet in de basismonitoringset van Land van Ons. Net zomin als kleine en grote zoogdieren als hazen, reeën en soms een das, die regelmatig opduiken.
In de weide rond Het Veentje geeft een majestueuze eik het landschap reliëf. Gerjan: ‘De plek van onze allereerste bijzondere waarneming. In die boom zat een kneutje, in de avondzon. Zo mooi, met dat rozerode borstje…’
Op een informatiebord van Land van Ons zit een zwart-geel insect met wuivende antennes. Kleine wespenboktor, constateert Gerjan met behulp van de app ObsIdentify. Geen wonder dat het paaltje eronder vol gaatjes zit.

Meikever, Melolontha melolontha, op de Onneresch

Mestbult

Op het door bosjes beschaduwde pad scheert een meikever rakelings langs mijn hoofd. Gerjan: ‘Hoor je de grasmussen? Hier hebben we altijd een rijke oogst aan kleine zangvogels. Ze schuilen hier voor predatoren.’ Het pad is openbare weg en, samen met de bermen, gemeentelijk eigendom. ‘We delen onze gegevens met hen en vragen de onderhoudsploeg hier niet rigoureus te snoeien. Dat werkt.’
Voorbij de bosjes doemt een mestbult op, uit de potstallen van het veebedrijf. Het is een biotoopje met eigen soorten. Peter: ‘Gele kwikstaarten, en we hebben ook paapjes gezien.’
In de lange bomenrij aan de noordkant van het perceel zingt een vink een korte aria. Gerjan en Peter spotten een zwartkop, groene specht, grote bonte specht, zwaluw, een boomkruiper – en een haan. Allemaal op gehoor.
Het monitoringteam zet haar data op Waarneming.nl. ‘Je kunt je beter verlaten op betrouwbare landelijke systemen dan op eigen computers. Die kunnen crashen’, zegt Gerjan. ‘Dankzij Leo Soldaat, onderzoeker natuurmonitoring bij het CBS en nu ook voor Land van Ons, kunnen we bij Waarneming.nl zoeken op Onneresch, we kunnen dus altijd bij onze gegevens’ (zie ook hiervoor ‘Interview met Leo Soldaat).

Verfijnd registreren

Het mooie van de Onneresch is de veelheid van biotoopjes. Maar die levert ook problemen op: ‘Het document Basiskwaliteit Natuur levert een minimumniveau voor de lokale biodiversiteit, een meetlat voor de algemene soorten die horen bij een landschap. Maar hier zijn zovéél soorten landschap: bosjes, hoge bomen, Veentje, mestbult, akkers, weiden. Hoe interpreteer je de data voor het perceel? Hoe beheer je het goed voor alle leefvormen? Een open gewas laat meer ruimte voor andere planten dan een schaduw werpend gewas. Een rijke bloeier als boekweit trekt meer insecten dan windbestoven granen. De context van de tellijsten is steeds anders. Voor een perceel moet je eigenlijk heel verfijnd registreren. Daar moeten we nu bij Land van Ons over nadenken.’

© Liesbeth Sluiter
Foto’s Liesbeth Sluiter

Deel de post:
Facebook
LinkedIn
Twitter
Pinterest
WhatsApp

Gerelateerde berichten