De rijkdom van heggen (deel 1)

Deel 1: Lettele

Olijfjes van eigen bodem, geelgorzen, cultuurhistorie, schoonheid en scherpe bijlen, ecologisch en economisch nut – ongelooflijk wat je allemaal tegenkomt als je je verdiept in heggen, houtwallen, houtsingels en houtkanten. Liesbeth Sluiter ging met twee experts op zoek naar deze ontwikkelingen op Land-van-Ons-percelen.

Michiel Bussink is schrijver en expert in wildplukken; hij maakt fantastische maaltijden met blaadjes, bessen, bloemen, noten en wat je zoal aan eetbaars tegenkomt in de natuur. Hij is ook coördinator van het Land-van-Ons-perceel in het Overijsselse dorp Lettele. ‘Op Topotijdreis kun je prachtig zien hoe dit land er vroeger uitzag,’ vertelt hij. ‘Kleine akkertjes, veel reliëf, overal houtsingels en wilgen langs het water. Elke boerderij had zijn eigen hoogstamboomgaard.’

Het 4 hectare grote perceel (binnenkort, mits bekrachtigd door de Land-van-Ons-leden, uitgebreid met 5,5 hectare) wordt gepacht door melkveehouders Rick en Arjuna Huis in ’t Veld van het bedrijf De Melkbrouwerij. Rick is elfde-generatie boer in Lettele. Zijn vader werkte al extensief, Rick maakte de omslag naar biologisch. Het kruidenrijke grasland telt minstens 67 soorten; de koeien hebben hoorns en staan in een innovatieve heuvelstal. Ook het terugbrengen van oude landschapselementen staat op het programma. Zo begint vlak bij de heuvelstal een lange houtsingel* dwars door het weiland, waarlangs een wandel- en zelfplukpad is gepland.

Usual suspects
Het Land-van-Ons- perceel is door het vrijwilligersteam rondom beplant met ruim 400 meter heg en houtsingel, een wilgenrij langs het watertje Lettelerleide en een bosje. In de haag staan meidoorn – alom populair wegens de veewerende stekels, dichtheid, bloesemweelde, bes en ecologisch belang – hazelaar, hondsroos en vuilboom. De vier-rijïge houtsingel, waarin bomen en struiken elkaar afwisselen, bestaat uit 25 soorten, waaronder usual suspects als berk, haagbeuk, en meidoorn maar ook exclusievere soorten als mispel en zoete kers. En een enkele peer: Michiel haalde in covidtijd een partijtje perelaars op bij een boer die ze aan de straatstenen niet meer kwijt kon.

Lettele Haagbeuk
Haagbeuk

Sieraden
Landschapsarchitect Jantine Schinkelshoek loopt met ons mee. Ze is directeur en oprichter van de non-profit organisatie Hoopheggen, die het meeste plantgoed leverde en elders op het bedrijf ook plantte. ‘Op stage in Engeland zag ik een landschap dat wij grotendeels kwijt zijn,’ vertelt ze. ‘Kleinschalige akkers en weiden, omzoomd door heggen en houtwallen; niet alleen sieraden in het landschap maar ook een bron van biodiversiteit. Die praktijk wilde ik hier verspreiden; wij hadden ooit een veel sterker behegd landschap dan Engeland! Inmiddels hebben we het druk. We geven advies, planten en leveren plantgoed, waarvan we de kosten delen met de landeigenaar. Twee weken geleden hebben we op het Land-van-Ons-perceel in Udenhout een ‘eetbare’ heg aangelegd met onder andere rode en zwarte bes en hazelaar, voor de boerderijwinkel van de pachter, De Sprankenhof. Steeds meer boeren weten ons te vinden; vorige week legden we in Elzendorp een voederhaag aan voor stierkalveren. Planten bij een boer is altijd fijn. Die rijdt met een dieplader zo het plantgoed naar de bestemde plek, dat scheelt geploeter en afzien voor de vrijwilligers. Je wil het voor hen leuk en luchtig houden. We leiden vrijwilligers op tot ‘plantbaas’. Inmiddels zijn er 25, uit alle hoeken van de samenleving, van badkamerspecialist tot biologiestudent.’

Lettele

Lange bloeiboog
Er ligt een dikke, blauwige mist over het land, de heggen en houtbeplantingen verdwijnen al na een paar meter in geheimzinnige verten. Bij de knotwilgjes langs de Lettelerleide, ooit gegraven ten behoeve van ontginning, vertelt Michiel dat die het begin moeten zijn van natuurvriendelijke oevers. ‘We hebben hierover contact met het Waterschap. Je hebt altijd te maken met overheden. Ons beheerplan had veel bureaucratische voeten in de aarde, maar het is goedgekomen.’

We staan stil bij een meidoorn. Jantine zegt: ‘Het is geen dogma, maar het werken met inheems, autochtoon plantgoed heeft wel de voorkeur. Een meidoorn uit Italië bijvoorbeeld begint vroeger te bloeien dan de autochtone. De insecten die hier rondvliegen zijn aangepast aan het bioritme van de planten van hier; ze vissen achter het net als ze bij een mediterrane meidoorn zoeken naar voedsel en stuifmeel. Als ze verhongeren, krijgen insectenetende vogels ook een klap. Daarom moet je bij nieuwe heggen zorgvuldig omgaan met het plantgoed. De Nederlandse natuur heeft nog maar 5% autochtoon plantmateriaal.** Door dit percentage op te krikken, vergroot je de veerkracht van de biodiversiteit.’

Ook de diversiteit van plantgoed is een aandachtspunt: ‘Niet alleen voor biodiversiteit, ook in verband met de voedingswaarde voor de koeien. Planten die diep wortelen bevatten andere sporenelementen dan oppervlakkig wortelende. Je ziet dat koeien verschillende keuzes maken. Zo is een zwangere koe betrapt op het eten van de giftige kardinaalsmuts, waar haar soortgenoten hun neus voor ophalen – maar ze kalfde gezond af. Bij de aanplant van een heg spelen bovendien de seizoenen een rol. Je wil voor insecten een lange bloeiboog, dat wil zeggen zo lang mogelijk bloesems.’

Lettele Sleedoorn
Sleedoorn

Wostepinnenholt
Veevoer, mensenvoer, perceelafscheiding, cultuurhistorie, biodiversiteit – heggen hebben een ruime staat van dienst. ‘Neem de sleedoorn,’ zegt Jantine. ‘Ecologisch een fantastische plant. Groeit op diverse grondsoorten, de sterke wortelstructuur gaat erosie tegen. Bloeit vroeg, goed voor de bloeiboog. Lijsters eten ’s winters de bessen, vogels nestelen graag in de dichte takkenstructuur. Het is de waardplant van de zeldzame sleedoornpage, maar hij herbergt in totaal wel zo’n 150 insecten en mijten. Klauwieren prikken hun prooien aan de stekels.’ ‘Over stekels gesproken,’ zegt Michiel, ‘sleedoorn werd in de Achterhoek ‘wostepin’ of ‘wostepinnenholt’ genoemd. Als bij het worst maken het vlees in de darm was gestopt, werd het gedraaide uiteinde daarvan vastgezet met zo’n lange sleedoornstekel. En de bessen – eigenlijk pruimpjes – kun je pekelen en in olijfolie bewaren: olijfjes van eigen bodem. Respectvol oogsten en gebruiken wat de natuur ons schenkt roept een gevoel van dankbaarheid en verantwoordelijkheid op en versterkt het besef dat we natuur moeten beschermen en in stand houden.’

Maakt de heg een comeback?
Over het verlies van heggen en houtbeplantingen in de afgelopen eeuw zijn de experts het eens: die is enorm (zie ook ‘Heggen in 6 vragen door Rob Bugter‘). Minder duidelijk is of die afbraak nu tot staan is gebracht, al durft Jaap Dirkmaat en ook Rob Bugter nu wel te zeggen dat er meer bijkomt dan afgaat. Harde cijfers zijn moeilijk te vinden; misschien zitten we op een omslagpunt. Afgemeten aan de orderportefeuille van Hoopheggen en Heg & Landschap zit aanplanten in ieder geval in de lift. Hoopgevend is dat het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid van de EU voor landschapselementen subsidie geeft. Houtige elementen (heg, haag, struweel) tellen mee als eco-activiteit en scoren hoog.

*) Onder heggen verstaan we hier gemakshalve alle lijnvormige struik- en boombeplantingen in het landschap behalve houtsingels: dat is een rijbeplanting waarin bomen overheersen. Onder heggen vallen dan lage ‘knippen-en-scheren’-heggen, hoog opgaande struweelheggen met bomen ertussen, houtwallen en houtkanten. Sommige deskundigen gebruiken ‘houtkanten’ voor alle houtige begrenzingen van weides en akkers.

**) Zie ook: Bomen en struiken van hier, Ketelaar, Roeleveld en Dolmans, Stichting Heg & Landschap i.s.m. Landschap Erfgoed Utrecht, 2014


Tekst en beeld: Liesbeth Sluiter

Deel de post:
Facebook
LinkedIn
Pinterest
WhatsApp
Threads

Gerelateerde berichten