Van tijd tot tijd zien we langs een sloot een tractor met een grijparm rijden. Hij vist slib en planten uit het water en gooit die op de kant. Dat heet sloten schonen. Waarom doet men dat en wat betekent het voor de biodiversiteit?
Ecologisch schonen bevordert natuurherstel
De kleine sloten zijn als ware de haarvaten van het watersysteem. De terreineigenaar van het aangrenzende perceel moet deze onderhouden. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de grote sloten en vaarten die van belang zijn voor de waterhuishouding in een gebied.
Sloten worden geschoond om dichtgroeien te voorkomen. Het schonen levert directe schade aan het waterleven, dat lijdt geen twijfel. Maar als de sloot dichtgroeit heb je óók geen waterleven meer. Schonen moet soms, maar de manier waarop maakt veel uit voor het natuurherstel. Nog te vaak wordt alle leven rücksichtslos uit de sloot gehaald. Dan moet de natuur opnieuw beginnen.
Veel waterschappen stimuleren inmiddels ecologisch schonen. Maar oude gewoontes zijn hardnekkig, zeker als het meer ‘gedoe’ oplevert. En ook bij een waterschap kan het gebeuren dat de afdeling waterkwaliteit er alles aan doet om de biodiversiteit te verhogen, maar afdeling beheer nog in de modus ‘snel en efficiënt zoveel mogelijk water afvoeren’ zit.
Maatregelen om waterdieren zo veel mogelijk te sparen
Bij ecologisch slootonderhoud zorgt men ervoor dat er planten en wortels overblijven en treft men maatregelen om de waterdieren (vissen, insecten, amfibieën) zo veel mogelijk te sparen. In de praktijk betekent dat:
- Niet vaker schonen dan strikt nodig;
- Gefaseerd schonen. Bijvoorbeeld eerst de ene oever, volgend jaar de andere. Dan kunnen de beestjes vluchten en hebben ze een schuilplek over;
- Het maaisel op de kant leggen (geen drab in de sloot) en na 48 uur afvoeren. Dan hebben de beestjes nog tijd om terug te keren naar het water;
- De vissen zoveel mogelijk met de hand terugzetten in het water;
- Niet drastisch baggeren. Maar zorgen dat de wortels van de waterplanten intact blijven;
- Maaien en harken, niet alle levende materiaal aan gort slaan (klepelen);
- In het najaar schonen en niet in het voorjaar (paar- en broedseizoen);
- Ook de oevers natuurvriendelijk beheren (wortels laten staan).
Nog mooier is het – als waterplanten die tijdens het schonen omhoogkomen- worden teruggezet op plekken waar een gebrek aan waterplanten is.
Een concreet hulpmiddel staat op www.floron.nl/meedoen/oeverindex.
Ervaring op Land van Ons perceel Oude Ade: krabbenscheer
In de sloten bij Oude Ade teelt Kees Koot krabbenscheer. Bij inspectie van de sloten bleek dat deze voldoende open waren. Minder dan 20% van het wateroppervlak was bedekt met waterplanten. Het water was voldoende helder en de sloten diep genoeg. Er hoefde dus helemaal niet geschoond te worden. Hopelijk is dit de volgende jaren ook zo.
Er is een theorie dat de krabbenscheer zoveel zuurstof in het water brengt dat de vertering van het slib sneller gaat. Dan hoeft er niet meer periodiek gebaggerd te worden. Ook op andere plekken wordt krabbenscheer te water gelaten, om te onderzoeken in hoeverre dit helpt. Een van die plekken is de nieuwe paddenpoel van ons perceel in Wassenaar. Voor krabbenscheer moet de pH van het water laag genoeg zijn. Het kan niet overal.
Land van Ons kiest voor ecologisch schonen en natuurvriendelijke oevers
Ook Land van Ons ontkomt niet altijd aan schonen. We kiezen dan uiteraard voor ecologisch schonen. Daarnaast hebben we kilometers natuurvriendelijke oevers aangelegd. Deze lopen geleidelijk af van land naar water. De oevers bieden door een gevarieerde begroeiing veel schuil- en nestgelegenheid aan vissen, kikkers en talloze andere waterdiertjes. De invasieve Amerikaanse rivierkreeft is er juist niet tuk op. Met deze aanpak kun je niet alleen de sloten zelf maar ook een rijk waterleven in standhouden.