Stop met spitten

Image

Stop met spitten en laat de bladmassa lekker liggen

Of je nu boer, tuinliefhebber of groenbeheerder bent: voor elke bodem waarop je werkt geldt dat die het beste tot z’n recht komt met rust en ruigte. Dit stellen we op basis van gesprekken met onze beheerboeren Rick en Kees en permacultuur-pionier Marc Siepman. In dit artikel lees je over hun kennis en aanpak: stop met alsmaar spitten en laat het blad of maaisel eens liggen. De bodemschimmels en bacteriën zullen je dankbaar zijn. En je rug waarschijnlijk ook…

Door Maria Evers en Steven Berendsen
Cover: Fotografiënne

De samenhang tussen bodem en planten wordt wel het wood wide web (bodemvoedselweb) genoemd, naar de schimmels die met elkaar communiceren en met de planten boven hen. Marc Siepman is 10 jaar pionier in permacultuur. Hij ziet samenhang in alles om ons heen, zeker ook in de bodem. ‘De bodem is een complexe leefgemeenschap van bacteriën, schimmels, nemathoden, pissebedden, wormen en organisch materiaal. Wanneer dat in voldoende mate aanwezig is ontstaat er structuur, waarmee vocht wordt vastgehouden en ruimte in de bodem ontstaat voor planten om goed te wortelen en voeding op te nemen. Toch steken we elk voorjaar met verve een spa of ploeg in die bodemstructuur. En verbreken we met die ingreep talloze relaties. Na verloop van tijd herstellen die relaties zich misschien weer, maar zeker is dat niet.’

Kees Sijbenga, beheerboer van het perceel Holtesch, erkent de schade door en te intensieve grondbewerking. ‘Ik heb jarenlang zogenaamde niet-kerende grondbewerking op mijn percelen toegepast, om de bodemstructuur niet te verstoren. Na de overschakeling op biologische landbouw kon ik alleen nog door grondbewerking het onkruid bestrijden. Daarom ben ik toch weer met ploegen begonnen om in het voorjaar met een schoon zaaibed te kunnen beginnen. Ik ploeg nu wel minder diep, 13 cm, met een eco-ploeg en druk de grond met een vorenpakker meteen weer aan tegen uitdroging.’

Siepman erkent dat spitten en ploegen niet altijd te voorkomen is, ‘maar hoe minder bodembewerking, hoe beter de bescherming van de kwetsbare cultuur van mycorrhizale schimmels’. Hij nuanceert dat enkele plantensoorten minder last hebben van een dergelijke verstoord bodemleven. ‘Boekweit bijvoorbeeld (duizendknoopfamilie) gaat geen aan symbiose aan met schimmels, evenals de amaranten, kruisbloemigen, anjers, ganzevoetachtigen en de posteleinfamilie. Deze planten zullen minder last hebben van de grondbewerking.’

Grondbewerking combineren met onderwerken

Siepman vervolgt: ‘Bij oppervlakkige bodembewerking blijft het schimmelnetwerk meer in stand en blijven de bacteriën op hun plek. Als de bodem echter kaal is, zonder ruigte, zal de regen deze dicht doen slaan. Laat daarom het blad onder een boom liggen en breng tussen de planten in je border een strooisellaag aan, schoffelen is dan niet meer nodig.’

Als je dan toch een bodembewerking toepast, combineer dat dan met het inbrengen van organisch materiaal, zoals groencompost of vaste mest. Kees Sijbenga werkt al vele jaren enorme hoeveelheden maaisel onder in de bouwvoor van zijn eigen percelen. Afgelopen jaar heeft hij dat ook op ons perceel Holtesch gedaan. ‘Sinds ik maaisel gebruik, zitten er veel meer micro-organismen in de bouwvoor. Dat zie je aan de grote hoeveelheden paddenstoelen die in de herfst op de grond groeien. Er worden dus veel meer schimmels actief in de grond.’ Hoeveel organische stof is er nodig? Deskundigen streven naar een humusgehalte van acht procent. ‘Maar dat is op onze zandgrond niet haalbaar’, nuanceert Sijbenga. ‘Vijf procent is al veel. Om dat te bereiken heb ik jaarlijks al heel wat vrachtwagens met maaisel nodig.’

Rick Huis in ’t Veld, melkveehouder en beheerder van ons perceel in Lettele, gebruikt vaste mest op zijn weidepercelen. ‘We gebruiken vrijwel geen drijfmest, alleen vaste rundveemest. Met drijfmest voed je vooral het gewas, met vaste mest voed je ook nog het bodemleven. Door een gunstige koolstof-stikstof-verhouding bevordert vaste mest de juiste balans tussen bodemschimmels en bacteriën, waardoor de humusvorming beter verloopt.

We zijn vijf jaar geleden met het gebruik van vaste mest en compost begonnen. Sindsdien neemt het organische stof gehalte op de percelen duidelijk toe. Op een perceel waar lang mais en bloembollen zijn verbouwd, is het organischestof-gehalte in die vijf jaar zelfs met 2,5 procent toegenomen. Dat komt overigens niet alleen door de vaste mest, maar ook door de inzaai van een kruidenrijkgraszaadmengsel. Die bevat planten die dieper wortelen waardoor het bodenleven in de diepere bodemlagen actiever wordt en meehelpen om het humusgehalte op te krikken.

Image

Voor de overschakeling van drijfmest naar vaste mest hebben een flinke investering moeten doen. De koeienstal is helemaal aangepast, er moest een milieuvriendelijk mestopslag komen en we hebben extra machines aan geschaft voor het toedienen van de mest. Ook kopen we nu veel meer stro aan. Op korte termijn levert deze “diepte-investering” geen geld op, maar deze zijn wel nodig om op lange termijn biologisch te kunnen boeren.’

Image

Spade of woelvork? Veel tuiniers spitten elk jaar hun grond. Een alternatief dat beter is voor je rug en de grond: de woelvork of grelinette. Deze is ontworpen om de grond diep los te maken, zonder die te keren. En dat met minimale inspanning. Meer info hier.

Heb je nog tijd (22 minuten) voor een filmpje waarin Marc Siepman vertelt over de aspecten van een gezonde bodem: ‘De bodem onze biodiversiteit’? Zie hier.