← Terug naar overzicht

Columns

Gepubliceerd op 17 april 2021

De grutto én de boer zijn zeldzaam geworden

Image

De groeiende groep Land-van-Ons-boeren moet zijn agrarische producten zien te verkopen op een markt die niet eerlijk is. Ze moeten daar immers concurreren met producten waarin maatschappelijk kosten (zoals vervuild drinkwater, teloorgang natuur en landschap) niet zijn doorberekend en die dus onterecht goedkoper zijn.

Door Michiel Bussink

Voorafgaand aan de Tweede-Kamerverkiezingen stond er in de Volkskrant een artikel over landbouw en biodiversiteit, waarin de verschillende politieke partijen op een horizontale lijn werden gezet. Aan het ene uiterste van de lijn het boerenbelang (en hun vermeende belangenbehartigers in de politiek) en aan het andere uiterste het natuurbelang (met ‘natuurvriendelijke’ partijen).

Een clichématige, treurige en verkeerde voorstelling van zaken. Alsof de belangen van boeren en natuur per definitie diametraal tegenover elkaar zouden staan. Een deel van zowel de natuurbeschermers als boeren hangt dat idee ook aan, maar ze hebben het bij het verkeerde eind. Het omgekeerde is waar. De dramatische achteruitgang van de biodiversiteit op het platteland is de afgelopen vijftig jaar juist hand in hand gegaan met alsmaar minder boeren: elke twintig jaar een halvering van hun aantal. Beide veroorzaakt door precies dezelfde processen: intensivering, schaalvergroting, externalisering (boerenbedrijven zijn steeds afhankelijker geworden van agrarische industrie, zowel aan de input als de output kant), kapitaal-intensivering en uitstoot van arbeid. De ontwikkelingen in de landbouw worden in hoofdzaak aangedreven door de private belangen van de banken (met name de Rabobank) en de agro-industriële multinationals zoals FrieslandCampina, Vion (vleesverwerking), veevoer (For Farmers), chemische industrie (Bayer, etc.) en de supermarkten. In plaats van door maatschappelijke belangen die leidend zouden moeten zijn: gezond en smakelijk voedsel produceren in een aangenaam en natuurrijk landschap middels zinvolle en bevredigende arbeid. En onze overheid laat dat gebeuren.

Voor sommigen zal dit vertrouwde kost zijn, voor anderen misschien wat minder. Vandaar dat ik het iets concreter maak. Melkveehouders die voor een lening aankloppen bij de bank, krijgen sinds jaar en dag te horen: je kunt een lening krijgen, maar dan moet je wel intensiveren. Een grotere, duurdere stal neerzetten, meer koeien nemen, meer hectares. Kassa voor de bank, want vele jaren extra rente en aflossing gegarandeerd. Die de boer kan die alleen opbrengen door niet alleen zijn veestapel uit te breiden, maar ook meer van zijn individuele koeien te vragen, meer van zijn land, meer te bemesten, vroeger en vaker te maaien, hoogproductieve grassoorten te zaaien, meer veevoer in te kopen, houtwallen en schaduw werpende bomen te verwijderen. Grond van de noodgedwongen stoppende buurman wordt gekocht, maar de boeren die overblijven hebben óók extra grond nodig, waardoor de grondprijs wordt opgedreven. Daarvoor moet bij de bank worden aangeklopt, die zo zijn eisen heeft. Enzovoort: veel boeren zitten in een wurggreep.

De praktijk is complexer (ook milieuregels dwingen boeren om te intensiveren, bijvoorbeeld doordat ze moeten investeren in emissiearme stallen) en in de verschillende sectoren akkerbouw, intensieve veehouderij en tuinbouw zit het net even anders. Maar de essentie is toch wel dat boeren om een fatsoenlijk inkomen te kunnen verdienen, steeds verder moeten intensiveren – kilo’s per hectare produceren. Ten koste van boerenlandvogels, wilde flora, insecten, heggen en hagen én hun eigen stand. Met de grutto is ook de boer zelf steeds zeldzamer geworden.

Hoe dat proces te keren, richting natuur- én boervriendelijke landbouw. Dat is een lang verhaal, maar als wij dat als samenleving voldoende willen, dan kan dat. Omdat de overheid het (tot nu toe) laat afweten te werken aan de zo broodnodige landbouwtransitie, ontstaan steeds meer groepen mensen (ook boeren) die zelf aan de raderen van dat systeem gaan draaien. Zoals Land van Ons. Landbouwgrond wordt gekocht, zodat het niet langer een speelbal van financieel-economische belangen is, maar een common good, in te zetten voor een basisbehoefte, gezond voedsel. Doordat boeren niet langer dure grond hoeven te kopen, maar die voor een relatief lage prijs kunnen pachten, wordt de druk om zoveel mogelijk kilo’s te produceren minder, en wordt natuurvriendelijk landgebruik makkelijker.

Uiteraard is dit maar een deel van het verhaal. Niet alleen de dure grond is een factor in het nu zo perverse landbouwsysteem. Ook de hopelijk steeds groter wordende groep van Land-van-Ons-boeren moet zijn agrarische producten zien te verkopen op een markt die niet eerlijk is. Ze moeten daar immers concurreren met producten waarin maatschappelijk kosten (zoals vervuild drinkwater, teloorgang natuur en landschap) niet zijn doorberekend en die dus onterecht goedkoper zijn. Om maar eens wat te noemen.

De boer en onderzoeker Meino Smit heeft in zijn proefschrift De duurzaamheid van de Nederlandse landbouw allerlei mythen over de Nederlandse landbouw doorgeprikt (zo productief en efficiënt is die eigenlijk helemaal niet) en uit de doeken gedaan hoe het anders kan. Hij vindt onder andere dat landbouwgrond een beschermde status moet krijgen en we die niet zoals nu moeten inzetten voor woningbouw, natuur en zonneparken. Dat zorgt er namelijk voor dat landbouwgrond nóg duurder wordt, waardoor het nóg moeilijker wordt de landbouw te verduurzamen. De Volkskrant publiceerde onlangs een heel leerzaam interview met hem, onder de kop ‘Wij hebben vijf keer zo veel boeren nodig’.